Contact
De Hofstede 57
4033 BV Lienden
085 0410025
info@ondernemerskompas.nl
"*" geeft vereiste velden aan

Als u obligaties koopt, wordt daarbij de aankoopprijs inclusief een deel van de al opgebouwde rente meegenomen. Maar bij het berekenen van de werkelijke box-3-waarde van de obligatie in de tegenbewijsregeling aan het einde of begin van het jaar, wordt juist gekeken naar de waarde zonder die meegekochte rente. Dit verschil in berekeningen zorgt ervoor dat u in het eerste jaar een verlies kan laten zien. Het volgende jaar kan hier een relatief hoge winst tegenover staan bij toepassing van de tegenbewijsregeling, maar dan kunt u dat jaar kiezen om het forfaitaire rendement toe te passen. Dit forfaitaire rendement vormt dan de bovengrens voor de belastingheffing ongeacht hoe hoog het werkelijke rendement dat jaar is. Hierdoor ontstaat een ongewenst belastinglek. Dit lek wordt gedicht met terugwerkende kracht tot 25 augustus 2025, 16.00 uur.
Het demissionaire kabinet stelt twee maatregelen voor om dit lek te dichten. Ten eerste wordt de vrijstelling voor kortlopende termijnen niet meer toegepast in de tegenbewijsregeling voor box 3. Deze vrijstelling houdt geen rekening met de waarde van een recht om na 1 januari rente te ontvangen. Denk aan lopende rentetermijnen van een bank- of spaarrekening of een obligatie. Door de vrijstelling te laten vervallen, wordt de aangegroeide rente wel meegenomen in de waardering. De vrijstelling blijft overigens wel bestaan voor banktegoeden, omdat hierdoor geen belastingontwijkingsmogelijkheden ontstaan.
Daarnaast vervalt de regel in de tegenbewijsregeling dat obligaties en andere effecten met kortlopende termijnen worden gewaardeerd op de slotnotering op de laatste beursdag van het kalenderjaar. Deze notering is namelijk zonder de aangegroeide rente. Dit heeft tot gevolg dat obligaties voortaan moeten worden gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer.
Let op
Had u op 25 augustus 2025 al obligaties die tot uw box-3-vermogen behoorden? In dat geval blijven de oude regels daarop van toepassing.
De waarde van verhuurde woningen geeft u aan in box 3. Woningen in verhuurde staat hebben een lagere waarde dan woningen die vrij opleverbaar zijn. Met het waardedrukkend effect van de verhuurde staat wordt rekening gehouden door middel van de leegwaarderatio. De verhuurde woning geeft u aan in box 3 tegen een lagere waarde dan de WOZ-waarde. Dit geldt ook voor de Successiewet. Op deze waarderingsregel wordt nu een uitzondering voorgesteld. De leegwaarderatio in box 3 en de Successiewet wordt uitgesloten als een woning wordt verhuurd of verpacht aan een gelieerde partij tegen een niet-marktconforme prijs. Denk aan de situatie waarin u een appartement verhuurt aan uw kind tegen een te lage huur. In deze gevallen geldt de WOZ-waarde zonder vermindering. Ook kunt u zich in dat geval niet meer beroepen op de rechtspraak van de Hoge Raad die waardering tegen waarde in het economisch verkeer toestond. Hanteert u wel een marktconforme huur? Dan behoudt u de toepassing van de leegwaarderatio bij de waardering van de verhuurde woning.