Contact
De Hofstede 57
4033 BV Lienden
085 0410025
info@ondernemerskompas.nl
"*" geeft vereiste velden aan

De Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) wordt van 1 juni tot en met 29 juli 2026 opengesteld. Het doel van de Sem is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij. De regeling is gericht op het tijdelijk houden van minder melkkoeien op het niveau van het individuele melkveebedrijf. Dit leidt daarnaast tot een blijvende afname van het aantal fosfaatrechten op nationaal niveau en daarmee tot een permanente vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien in Nederland. Een belangrijk neveneffect is dat de mestproductie afneemt, waardoor naar verwachting de druk op de mestmarkt zal verminderen. Ook kan de regeling de omschakeling naar een extensievere bedrijfsvoering stimuleren. Verder moet de regeling bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw en aan de kabinetsdoelen op het gebied van stikstof en klimaat.
Budget en rangschikking aanvragen
Er is een budget van € 627 miljoen beschikbaar. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Hoofdlijnen
Melkveehouders kunnen deelnemen aan de Sem als zij in 2025 bedrijfsmatig melkkoeien hebben gehouden. Deelnemende melkveehouders moeten tussen de 10 en 20 procent minder melkkoeien gaan houden ten opzichte van het referentieaantal. Dit is het gemiddelde aantal melk- en kalfkoeien dat in het kalenderjaar 2025 is gehouden, tenzij het aantal op 1 april 2026 lager is. In dat geval geldt dit lagere aantal. De bijbehorende fosfaatrechten komen te vervallen.
Daarnaast mag het areaal grasland gedurende de looptijd van de subsidie niet afnemen en mag het aantal overige graasdieren (zoals jongvee, schapen, geiten en paarden), omgerekend naar GVE, dat op het bedrijf aanwezig is, niet toenemen. Deze verplichtingen gelden gedurende drie jaar vanaf het moment dat deelnemers melding hebben gedaan van het (permanent) laten vervallen van het deel van het fosfaatrecht dat overeenkomt met het aantal verminderde melkkoeien.
Effect regeling
De verwachting is dat met het beschikbare budget het aantal melkkoeien met maximaal 64.000 kan afnemen. Dit betreft ongeveer 4% van het aantal melkkoeien in Nederland. Dit leidt tot een verwachte afname van de ammoniakemissie met 0,5 kiloton en van de broeikasgasemissie met 0,3 megaton CO2-equivalenten. Daarnaast neemt de fosfaatproductie naar verwachting met maximaal drie miljoen kilogram af. Deze afnames worden op korte termijn gerealiseerd, aangezien deelnemende melkveehouders binnen vier weken na ontvangst van de subsidieverlening het fosfaatrecht moeten laten doorhalen (de dieren zijn dan ook niet meer op het bedrijf).
Na afloop van de driejarige extensiveringsperiode kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen terug te gaan naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien, maar alleen met nieuw aangekochte of geleasede fosfaatrechten.
Gevolgen voor natuurvergunning
Bij een extensivering met minimaal 10% en maximaal 20% van het aantal melk- en kalfkoeien wijzigt de bedrijfsvoering niet structureel, ervan uitgaande dat de opzet van het bedrijf gelijk blijft (dezelfde stalomvang, gelijke melkstalcapaciteit en dergelijke). Op basis van de huidige regelgeving en jurisprudentie is in dat geval geen sprake van een wijziging van een project en blijft de deelnemer binnen de bestaande natuurtoestemming opereren.
Hoewel deelname aan de Sem op dit moment geen directe gevolgen heeft voor de bestaande natuurtoestemming, kan in de toekomst niet met zekerheid worden gegarandeerd dat ruimte bestaat om terug te gaan naar het oorspronkelijke aantal dieren.
Generieke korting
Gelet op de bepalingen in de Meststoffenwet is het juridisch niet mogelijk om deelnemende bedrijven uit te zonderen van een generieke korting op de fosfaatrechten, anders dan grondgebonden bedrijven (bedrijven zonder fosfaatoverschot), die hiervan al zijn uitgezonderd.
Hoogte subsidie
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. De eerste component bestaat uit een bijdrage van € 1.606 per verminderde melkkoe voor het inkomensverlies als gevolg van lagere melkopbrengsten door het houden van minder melkkoeien.
De tweede component bestaat uit een bijdrage voor de gemiste inkomsten door het niet kunnen verkopen van het doorgehaalde fosfaatrecht. Dit fosfaatrecht kan niet worden verkocht, omdat het moet worden doorgehaald en daarmee komt te vervallen. De vergoeding voor het fosfaatrecht is vastgesteld op € 110 (gemiddelde verkoopprijs 2023–2025). De hoeveelheid fosfaatrecht die moet worden doorgehaald, is afhankelijk van de gemiddelde melkproductie per koe op het melkveebedrijf in 2025. De totale vergoeding voor de doorgehaalde fosfaatrechten wordt in drie gelijke jaarlijkse termijnen betaald.
Meer fosfaatrechten nodig door stijging melkproductie per koe
Het is belangrijk te beseffen dat er relatief meer fosfaatrechten nodig zullen zijn voor de resterende melkkoeien. Bij de inkrimping worden immers de minder productieve melkkoeien afgevoerd, waardoor de gemiddelde melkproductie per koe toeneemt. Dit moet worden gecompenseerd door een vermindering van het aantal stuks jongvee en/of de aankoop of lease van fosfaatrechten. De marktprijs van deze rechten ligt momenteel aanzienlijk hoger dan het bedrag dat wordt verkregen voor de ingeleverde rechten.
Fiscale aspecten
De vergoedingen voor het inkomensverlies en het vervallen van het fosfaatrecht behoren tot de winst voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Onder voorwaarden kan de melkveehouder gebruikmaken van de herinvesteringsreserve. Herinvestering is mogelijk in andere kort afschrijfbare bedrijfsmiddelen (bedrijfsmiddelen waarop in maximaal tien jaar wordt afgeschreven).